Met grensoverschrijdende dienstverlening wordt bedoeld dat
een dienst vanuit Nederland naar een ander EU-lidstaat wordt verricht. Deze
nieuwe regels voor grensoverschrijdende dienstverlening zullen wij onderstaand
behandelen:
a)
Wijziging verleggingsregeling
b)
Administratieve verplichtingen
Ad a) Verleggingsregeling
Vanaf het jaar 2010 is de hoofdregel dat een aan het buitenland
verrichte dienst belast is bij de afnemer. Er is dan sprake van BTW
verlegd.
Indien de afnemer (opdrachtgever) een buitenlands BTW-nummer
heeft, dan wordt de btw verlegd naar de afnemer. Op de factuur moet dan
wel vermeld worden, dat “verlegging volgens BTW-richtlijnen” heeft plaats
gevonden.
Heeft de afnemer ( opdrachtgever) geen BTW-nummer, dan is de
transactie wel belast met BTW.
LET OP
Als een dienst aan een land buiten de EU
wordt verricht, dan is de facturatie met 0% BTW belast.
Voor de verhuur van vervoermiddelen geldt een uitzondering op de eerder
genoemde hoofdregel vanaf 1 januari 2010.
Er wordt bij verhuur van vervoermiddelen een onderscheid
gemaakt tussen:
langdurige
verhuur;
kortdurende
verhuur
Tevens wordt er onderscheid gemaakt tussen een schip
(inclusief bakken) en overige vervoersmiddelen.
De regels voor deze uitzondering zijn:
1)
Langdurige verhuur
Indien een object vanuit Nederland langdurig wordt verhuurd
aan een buitenlandse EU afnemer, dan wordt de BTW verlegd naar de
afnemer.
Wanneer is er vanaf het jaar 2010 sprake van langdurige
verhuur:
·
Bij de verhuur van een Nederlands schip is sprake van
langdurige verhuur als het verhuurcontract ( schip en/of bakken) minimaal
91 dagen beloopt;
·
Voor de overige objecten bedraagt deze termijn minimaal 31 dagen.
In beide situaties wordt op de uitgaande factuur de BTW
verlegd naar de buitenlandse EU-afnemer.
2)
Kortdurende verhuur
Indien een object vanuit Nederland kortdurend wordt verhuurd
aan een buitenlandse EU afnemer, dan geldt vanaf het jaar 2010 dat de BTW belast
is in het land van de feitelijke
ter beschikkingstelling.
Wanneer is er vanaf het jaar 2010 sprake van kortdurende
verhuur:
Bij
de verhuur van een Nederlands schip is sprake van kortdurende verhuur als
het verhuurcontract maximaal 90dagen beloopt.
In deze situatie moet de verhuurder van het Nederlandse schip 19% BTW aan
de huurder in rekening brengen.;
Voor
de kortdurende verhuur van overige objecten geldt een termijn van maximaal
30 dagen. Ook in deze situatie moet de verhuurder 19% BTW aan de
huurder in rekening brengen.
Ad b) Administratieve verplichtingen
Op het gebied van de administratieve verplichtingen zijn
vanaf 1 januari 2010 een aantal nieuwe regels van kracht.
Deze nieuwe administratieve verplichtingen behandelen we
onderstaand in de volgorde:
1)
Factuurvereisten;
2)
Tijdstip dat BTW verschuldigd is;
3)
BTW - listing voor intracommunautaire diensten (ICP).
Ad 1) Factuurvereisten
Indien naar een buitenlandse EU-afnemer gefactureerd wordt,
moet op de factuur naast het eigen BTW-nummer ook het
buitenlandse BTW-nummer van de afnemer vermeld worden.
Let op: Men moet zeker zijn dat dit BTW-nummer juist
is. Is namelijk het buitenlands BTW- nummer onjuist, dan is ten onrechte
gefactureerd met BTW-verlegd met alle gevolgen en sancties van dien.
-Indien er sprake is van BTW-verlegd moet
op de factuur het volgende vermeld worden :
“verlegging
volgens Europese BTW – richtlijnen”
Ad 2) Tijdstip dat BTW verschuldigd is (bij
grensoverschrijdende dienstverlening)
Tot 31 december 2009 is de datum,
die vermeld is op de factuur, bepalend voor het aangifte tijdvak waarin de
ondernemer de BTW moet aangeven. Het factuurstelsel is van toepassing.
Vanaf 1 januari 2010 is bij
grensoverschrijdende dienstverlening de datum dat
de dienst verricht is, bepalend voor het aangifte tijdvak. (dit kan dus in een
andere periode zijn dan de datum van de factuur).
Met andere woorden:
Van 1 januari 2010 moet u als
ondernemer bij grensoverschrijdende
dienstverlening de BTW aangeven in het tijdvak waarin
de dienst feitelijk is verricht ( dus niet meer in het tijdvak van de datum waarin
de factuur is uitgereikt).
Het kan derhalve voorkomen dat u
bijvoorbeeld de dienst op 30 januari 2010 heeft verricht en dat u de factuur
pas op 3 februari 2010 opmaakt. In deze situatie moet u de BTW aangeven in het tijdvak dat u de dienst heeft
verricht, in casu januari 2010.
Hier ligt mogelijk een probleem met de administratieve
software. De software is er namelijk veelal nog niet op ingericht
om een aangifte te selecteren op datum van verrichting van de dienst.
Boekhoudprogramma’s hebben nog geen mogelijkheid deze datum vast te leggen.
Wellicht
is een handmatige correctie nodig op de aangifte vanuit het pakket om de juiste
aangifte in te kunnen dienen.
De staatssecretaris zegt dat hij zich strikt aan deze
regel zal houden. Hij baseert dit op het feit dat deze regelgeving in
omliggende landen reeds met succes wordt gehanteerd.
Ad 3) B.T.W.-listing voor grensoverschrijdende
(intracommunautaire) dienstverlening zgn.
ICP
Tot en met het jaar 2009 waren ondernemers die goederen
leverden aan afnemers in het buitenland verplicht per kwartaal een opgave aan
de belastingdienst te verstrekken van de gerealiseerde omzet per BTW-nummer
voor dat kwartaal.
Deze listing moet vanaf het jaar 2010 ook voor de
grensoverschrijdende dienstverlening binnen de EU worden ingevuld en
ingediend bij de belastingdienst.
Moet deze listing elke maand of elk kwartaal worden ingevuld?
De hoofdregel van de listing is maandelijkse
invulling.
Als uitzondering geldt dat als je weet/vermoedt dat
de kwartaalomzet van grensoverschrijdende levering van goederen en
diensten minder dan € 100.000
bedraagt, er per kwartaal een listing mag worden ingevuld.
Als echter in het kwartaal blijkt, dat de grens van €
100.000 overschreden wordt, dan moet de reeds verstreken periode in het
kwartaal alsnog ineens aangegeven worden en vervolgens moet maandelijks de listing worden gedaan.
Deze uitzondering geldt niet, als gedurende de vier
voorafgaande kwartalen de omzetgrens van € 100.000 overschreden is.
Voorbeeld
De Nederlandse ondernemer vermoedt in januari dat
zijn omzet naar landen binnen de EU (met uitzondering van Nederland) voor het 1e
kwartaal minder zal zijn dan € 100.000. Hij vult derhalve geen listing
in.
In februari blijkt echter, dat de omzet naar landen binnen
de EU (met uitzondering van Nederland) zodanig stijgt, dat deze vermoedelijk
voor het 1e kwartaal boven € 100.000 uit- komt. In februari vult de
ondernemer dan een listing in met de omzet van januari plus februari en
vervolgens vanaf maart wordt maandelijks de listing ingediend.
Maar stel nu dat de ondernemer in het voorgaande jaar elk
kwartaal boven de grens van
€ 100.000 omzet naar
landen binnen EU (met uitzondering van Nederland) kwam, dan moet hij in januari
gewoon per maand een listing invullen ongeacht dat hij vermoedt onder de grens
van € 100.000 te blijven.